Verborgen leven in het vogelhok

Als kind had ik al wat met dieren. Ik zat op een school vlakbij Burgers Zoo, en onze school had een abonnement waardoor wij met regelmaat naar de dierentuin konden. We moesten dan als kleuters en jong grut twee aan twee, hand in hand, netjes achter elkaar naar de dierentuin lopen. Het was een wandeling van tien minuten, maar ik kan me nog heel goed herinneren de gevoelens die die lange uren durende tien minuten te weeg brachten. Mij moest altijd ruim van te voren verteld worden dat we naar de dierentuin gingen, anders was ik in mijn enthousiasme niet te handhaven.

Niet op weg naar, maar vooral niet in de dierentuin. Ik moet daar altijd aan denken als ik in het apenverblijf stilletjes sta te observeren, en er komt een meute jong grut aan stuiven als ware het wilde honden. Ik word er wel blij van, ondanks dat ik doorgaans een hekel heb aan kleine kinderen (en zij aan mij!). Tegenwoordig kijk ik graag naar “Verborgen leven in de dierentuin” of iets met zo’n naam. Je ziet er niet alleen de dieren, maar ook de verzorgers en hun werkzaamheden. Het is allemaal heel fascinerend om te zien. Niet geheel anders dan het (onder)houden van vogels in een volière.

Ik kan intens tot rust komen in de natuur. En het geluk wil dat Arnhem een stad is dat bekend staat als “parkstad” en eigenlijk woont iedereen wel op loopafstand van zo’n stadspark. Ikzelf gelukkig ook. Mijn ouders wonen in het hart van Arnhem, net iets buiten het centrum. Hierdoor ben ik opgegroeid in een huis met een leuke achtertuin. DE plek bij uitstek om allerlei klein vee te houden. Het was bij ons thuis dan ook een dierentuin op zich. Al sinds ik kan lopen hebben hebben we een allerhande aan huisdieren gehad. Konijnen, kippen, ganzen, duiven. Maar ook wat meer exotischere dieren zoals tropische salamanders en hagedissen. En natuurlijk mocht een flinke aquarium niet ontbreken. En hobby die mijn vader ook deelde. Tegenwoordig leg ik me toe op het houden van vogels. De voliere is helaas geen 50 vierkante meter, en dus per definitie te klein, maar het is een leuk genoeg voor een koppeltje Buulbuul’s en wat Kapoetsensijsjes. Op de bodem lopen een trio kwartels, en daarmee is het af.

De vogels zijn genoeg gewend om rustig om te gaan met mij die door de voliere loopt om de boel schoon te houden. De Buulbuul’s zijn nog vrij nieuw, dus die hebben er iets meer moeite mee als de overige bewoners maar ook dat word elke dag een beetje minder. De kwartels lopen gewoon rondom mijn voeten, en dat is met maat 46 nog wel eens een dingetje. Gelukkig kom ik, zoals ik al zei, helemaal tot rust in de natuur. Dus ook in en om de voliere ken ik geen haast. En als ik op mijn hurken zit dan lopen de kwartels rustig onder mij door om te kijken of er wat te halen valt. Ik kan er uren met diepe fascinatie over na denken. Hier sta ik, een reus van 2 meter en bijna honderd kilo, en daar lopen zij. Kleine vogeltjes amper groter dan mijn vuist. En toch zo onbevreesd. Ik kan je wel vertellen dat als er een struisvogel op mij af komt, ik het op een lopen zet!

De sijsjes zijn al net zo onbevreesd! We hebben ze al drie jaar, maar dit jaar was het eerste jaar dat we jongen hadden. En hoe machtig is het om aangevallen te worden door een vogeltje amper groter dan je duim. Machtig! Voor zoiets kun je als mens toch alleen maar diepe respect hebben. De jongen zijn inmiddels uitgevlogen en redelijk handtam. Ze fladderen vrolijk over en langs mij heen alsof ik een standbeeld was dat in de weg staat. Heel soms land er een per ongeluk op mijn schouder, dan kijken we elkaar even verbaasd aan en hoppa! Weg zijn ze weer. Pa en Ma blijven iets verder weg, maar toch zijn ze niet overongerust als ik mijn hoofd stoot en als een dronken vent overeind probeer te krabbelen. Het is voor anderen vast een komisch gezicht, en misschien liggen de sijsjes ook wel in een deuk. Ik hoor ze in hun hoge tonen al tjielpen wat dat gekke mensen gedrocht nu weer allemaal aan het stuntelen is. Alles voor de beessies ;-)

En toch geniet ik het meest na alle werkzaamheden. Met een glaasje in het zonnetje op een stoel. Als na gedane arbeid de vogels weer in hun gewone rituelen verzonken zijn. Ik weet dat dieren niet als mensen zijn, de meeste soorten missen “het hogere bewust zijn” dat wij wel hebben. Al vraag ik me soms af welke soort er werkelijk het slimst is, maar dat is een filosofische discussie voor een ander blad. Maar toch zie ik in al mijn vogels hun eigen kleine karaktertjes. Mijn mannetje kapoetsensijs hangt graag met een poot aan het dak te frunniken terwijl mijn vrouwtje graag aan de Chinese roos mag knabbelen. Ik zou je bijna met mijn ogen dicht kunnen vertellen welke vogel zich waar bevind. Ook mijn Buulbuul’s hebben zo hun eigenaardigheden. Ik zie het vrouwtje als een “statige dame van stand” terwijl het mannetje er als een soort schoffie omheen dartelt. Bijna alsof hij weet dat hij zich gelukkig mag prijzen met zo’n grote vangst. Een beetje net zoals mijn buurman. Die ver boven zijn stand getrouwd is en in alle macht probeert te behouden wat hij binnen gehengeld heeft. En nu ik er zo over nadenk.. ze hebben ook allebei een zwarte mohawk. Ik zie de gelijkenis wel.

Het is bijzonder om het geluk te hebben om tijd en ruimte te kunnen spenderen aan deze mooie hobby. Ik besef me heel goed dat veel mensen deze luxe niet kennen. In steden word de ruimte steeds schaarser en duurder, en hoewel je op een balkon of desnoods in de woonkamer prima een ruime binnenkooi kunt zetten, toch komt het natuurlijke gedrag pas echt tot zijn recht in een mooie, ruime beplante volière. Daarnaast heb ik het standpunt dat, met de manier waarop wij met de wereld om gaan, er straks veel soorten alleen nog maar in dit soort kunstmatige biotopen te vinden zijn. Jammer, maar zoals ik al zei, de mens is niet het slimste dier ter wereld!